Op 25 februari j.l. wordt Jafar gearresteerd in Ethiopië. Hij is 36 jaar en woont in het Arsi district. Hij wordt vanuit zijn woonplaats Gulobecha overgebracht naar de Asella gevangenis. Dit is een gevangenis met een capaciteit voor 400 gevangenen waar soms wel 3.000 gedetineerden tegelijk worden vastgehouden. In de gevangenis wordt Jafar ziek. Hij […]

Jafar dankt God nog elke dag.

Op 25 februari j.l. wordt Jafar gearresteerd in Ethiopië. Hij is 36 jaar en woont in het Arsi district. Hij wordt vanuit zijn woonplaats Gulobecha overgebracht naar de Asella gevangenis. Dit is een gevangenis met een capaciteit voor 400 gevangenen waar soms wel 3.000 gedetineerden tegelijk worden vastgehouden.

In de gevangenis wordt Jafar ziek. Hij zegt daar zelf over: “Ik zat in de gevangenis en was heel angstig en kreeg mentale problemen. Ik schreeuwde ’s nachts en stoorde andere gevangenen die in dezelfde ruimte opgesloten zaten.”

De bewakers zetten hem om deze reden geketend in volledige isolatie. Zo proberen ze te voorkomen dat Jafar een stoorzender is voor de andere gevangenen. Dit maakt Jafar echter nog angstiger en depressiever.
Op een nacht droomt hij over een man die hem aanmoedigt naar de kerk te gaan. De volgende ochtend wordt Jafar wakker en vertelt een medegevangene, die water en voedsel rondbrengt, over zijn droom. Deze gevangene is christen en nodigt Jafar uit voor een dienst in de gevangenis. Jafar krijgt toestemming van de bewakers om deze dienst bij te wonen.

In de gevangenisdienst ziet Jafar andere gevangenen bidden. Jafar knielt zelf ook neer en begint te bidden. Jafar zegt hierover: “Ik weet niet hoe ik knielde en bad, maar ik knielde met hen en bad. Toen hoorde ik het Woord van God. Het was de eerste keer dat ik Gods Woord hoorde.”
De predikant vraagt, nadat Jafar meer over zijn angsten en depressie heeft verteld, of hij voor hem mag bidden. Tijdens het gebed wordt Jafar onmiddellijk bevrijd van de ketenen van angst en depressie.

Jafar zit nu nog steeds in de gevangenis, maar voelt zich ondanks dat gelukkig. Jafar: “Ik ben nu gelukkig, ik heb vrede in mijn hart. Ik ga regelmatig naar de kerk, ik bid en ik hoor het Woord van God. Ik heb nu niet al te veel zorgen. Ik ben genezen”. Jafar dankt God nog elke dag voor wat voor hem is gedaan.